aanwijspen    Zwaar getafeld.


Rennend door het gapend gat
van de donkere afgrond.
Moest vluchten voor de tafeldame
die door mij werd besmeurd
met de veel te hete soep
over haar schoot, ik idioot
zat met mijn andere voet
aandacht te vragen aan de tafelpoot.
Wist ik veel, al rennend krijgt ieder zijn deel.

Je ziet het al vliegend
het schaamrood over mijn huid.
Handen klauwend naar vastigheid
Wanhopig oplossingen te bedenken,
toch gevonden wat gezocht.
Tussen de wolken die mij zo krabben
verdreven door de tocht.
Tot mijn opluchting een oprisping,
wat zal de volgende gang mij brengen.



© Hans van de Camp