aanwijspen    Omgeven door stamgenoten.


Ik ben gevallen,
uit de boom dan.

De wind heeft mij te pakken en voert naar een wat zonniger oord.
Nog net binnen de perken van het omheinde land.

Althans zo is de herinnering vanuit een ver verleden,
keihard gevallen op de grond, zoals gebruikelijk bij zaailingen.
Toch was ik hier wel erg gelukkig mee, daarbij gewond geraakt en
opengebarsten.

Na enige tijd van ontstekingen en verwording, tot metamorfose ontsproot,
wortelde op de plek waar ik nog steeds sta.

Inmiddels omgeven door stamgenoten, krom getrokken door de tand des
tijds. Veel van mijn soortgenoten zijn gevallen onder het weerbarstige en
onvoorspelbare weer.

Sommige hebben een zacht groene uitslag, andere zijn reeds besmet met
veel gezwam of kleurrijke stelen met kapjes als parasolletjes.

Zelf sta ik nog fier overeind, beukend tegen zonnestralen te glimmen, dan
weer met heel fris groen dat mij ontgroeid en weer overgaat naar alle
tinten oker en bruin.

Donker begint het te dagen, het gefladder en regelmatig getik op mijn
gemartelde huid, verstilde zware wolken brengen witte vlokken die mij in
gewicht toenemen, heb ik daar het hele jaar voor opgepast, verzwaren
mijn armen.

Bij een dik pak geef ik het armpje drukken op, valt niet mee, schrale troost
is dat op oude omwoelde grond mijn arm nog steeds nuttig is.

Het is een zware last te dragen.



© Hans van de Camp