aanwijspen    Het wit uit gelicht.


Zo'n gewone werkmans zakdoek,
je weet wel met een rood en blauwe lijn.
Netjes gestreken in de kast
bij gebruik soms zwaarbelast.
Met naast je ogen de sporen van
onderschatte tegenwind.
Zoute strepen als verdroogde groeven van het mens-zijn.

Ook als het zo uitkwam voor de deur
van de directeur nog gauw even het
zwart van de schoen zwarter gemaakt.
De gevolgen bij het openen te verzachten
tegen zijn bleek witte hoogpolige
tapijt af te steken.

Knopen zo klein mogelijk in de hoeken
tegen de alles verzengende zonnestralen
om de kalende kruin te bedekken.
Soms zit hij in mijn zak om belangen
te herinneren, dan is er slechts een knoop.
Nee ik ben niet te koop.

Vaak vang ik een traantje op
kan er heel slecht tegen.
Het gaan der jaren roept het verleden.
Altijd overtuigd van het goede besluit
de waarheid is, het komt niet altijd uit.

Stop het rood en blauw terug in broek of jas.
Werpt het af, verschoond wapper ik vooruit.
Kijk en beschouw het heden
de toekomst met vertrouwen te betreden.

Nu ben ik te vaak gewassen
gebleekt en rafelig,
gaten van versletenheid.
Bleek en verschoten
Druipend van verdriet en vrolijkheid.
Het is liefde dat boven drijft.



© Hans van de Camp